Juryrapport Rooie Reus-prijs 2000
Voor de vijfde keer in haar bestaan boog de jury van de Rooie
Reus-prijs zich over de tientallen nominaties die wij ook dit jaar
ontvingen. In een tijd dat menig politicus of vakbondsbestuurder
de 'calculerende burger' als uitgangspunt van het roemruchte Nederlandse
poldermodel beschouwt, doet het ons buitengewoon veel genoegen te
mogen constateren dat er nog altijd duizenden Nederlanders zijn
die zich belangeloos en met hart en ziel inzetten voor hun medeburgers.
Wijlen Dirk de Vroome, de Rooie Reus aan wiens geuzennaam deze prijs
haar naam met trots ontleent, kan tevreden zijn. Zijn acties
mogen een typisch product van de bevlogen jaren zestig en zeventig
zijn geweest; zijn gedachtegoed blijkt voor nogal wat Nederlanders
gelukkig verre van achterhaald. Want bij alle economische voorspoed,
alle winsten die bedrijven maken en zelfs de groeiende werkgelegenheid
van de afgelopen jaren, hoeft het geen betoog dat grote groepen
van onze samenleving geen deel hebben aan de toegenomen welvaart.
Balans van het armoedebeleid, het vijfde jaarrapport Armoede
en sociale uitsluiting, gemaakt in opdracht van dit kabinet,
toonde nog onlangs aan dat de armoede in Nederland eerder is toegenomen.
Maar armoede is zelden oorzaak en veel vaker gevolg.
Niet voor niets heeft de jury dit jaar gemeend speciale aandacht
te moeten geven aan individuen en groepen die zich hebben ingezet
voor de integratie van minderheden. Nog maar zo'n twintig, vijfentwintig
jaar geleden werden kinderen van Turkse of Marokkaanse 'gastarbeiders'
op onze lagere scholen voornamelijk zoet gehouden met spelletjes.
Al te veel onderwijs in het Nederlands was niet nodig, want ach,
ze gingen toch terug naar hun eigen land. En politici die in die
tijd waarschuwden voor de dramatische gevolgen die dat beleid op
termijn zou hebben en ze waren er, dwars door alle politieke
partijen heen vonden nauwelijks of geen gehoor. De geschiedenis
herhaalt zich niet zelden, al is het meestal in een andere vorm.
Zo ontving de jury een indrukwekkende brief van de kleindochter
van een 86-jarige Rotterdamse dame die haar leven lang is opgekomen
voor de Chinezen in de Maasstad. In de jaren dertig, toen Chinezen
door Nederlandse overheidsdienaren in beleidsnota's werden aangeduid
als 'gespuis' dat 'een gevaar vormt voor de Nederlandse maatschappij'
(en ik citeer hier uit een historisch onderzoek) besloot zij met
een lid van dat zelfde gespuis in het huwelijk te treden en zijn
taal te leren om op die manier met raad en daad te kunnen helpen
bij de opvang van de eerste Chinezen in Nederland voordat
de term 'integratie' zelfs maar bestond.
Ik hoop met dit voorbeeld tevens duidelijk te maken hoe moeilijk
de taak van de jury ook dit jaar weer was. Met liefde hadden wij
deze Rotterdamse dame de prijs gegeven, of de mevrouw in Arnhem
die al jarenlang de dak- en thuislozen ondersteunt. Of hadden we
het project van een mevrouw in Den Bosch onderscheiden, die zich
inzet voor uitgeprocedeerde asielzoekers die niet terug kunnen naar
hun eigen land. Opvallend is overigens, en we zien dat elk jaar
weer, dat nogal wat initiatieven die op de allereerste plaats bestaan
uit het geven van praktische hulp, door vrouwen zijn opgezet. Dat
is niet de reden waarom de jury dit jaar zoveel vrouwen heeft genomineerd.
Kifayet Akdag, Saliha Demirci en Hanimnaz Aktas hebben wij genomineerd
vanwege hun actie. Een kind dat thuis, in de buurt en ook nog eens
op school, alleen met andere Turken of Marokkanen omgaat, krijgt
geen kans te integreren en zich de Nederlandse taal en cultuur eigen
te maken. Dat Turkse moeders de straat op moeten om voor hun kinderen
integratie af te dwingen is treurig genoeg. Met deze nominatie willen
wij dan ook onze waardering voor hun initiatief uitdrukken. Taal,
en de actie van de Turkse moeders in Deventer onderstreept dat,
is absolute voorwaarde voor integratie.
Dat is ook de reden waarom wij hebben gemeend Nilgün Yerli
te moeten nomineren. Cabaret bestaat bij uitstek uit taal en het
vereist nogal wat moed en doorzettingsvermogen om je beroep te maken
van een taal die je niet eigen is. Hoe belangrijk het is dat wij
Nederlanders een spiegel voorgehouden krijgen over onze vooroordelen
en misvattingen over buitenlanders, bewijst Nilgün keer op
keer met haar theaterproducties. En trouwens ook met haar columns
in het Parool. De betekenis van het werk dat zij daarmee in de Nederlandse
samenleving doet, staat voor de jury buiten kijf.
Bastiaan van Perlo tenslotte, de derde kandidaat, verdient in onze
ogen de nominatie omdat hij van alle kandidaten die ons dit keer
zijn aanbevolen, het meeste in het profiel van Dirk de Vroome past.
Onvermoeibaar, en al jaren lang, zet hij zich als vrijwilliger in
voor buitenlanders. Wij hopen deze nominatie hem en anderen zal
stimuleren met dat werk door te gaan. Zonder mensen als Bastiaan
van Perlo 'verarmt' Nederland en dat is letterlijk bedoeld.
De reglementen van de Rode Reus Prijs schrijven helaas voor dat
wij uit deze drie Rode Reuzen, de écht grote Rode Reus van
het jaar 2000 moeten aanwijzen. En dat was, kan ik u verzekeren,
ook dit keer weer buitengewoon lastig. Want hoe weeg je het werk
van de een tegen dat van de ander af? Het is allemaal belangrijk,
en alle drie de kandidaten komen voor de prijs in aanmerking. Maar
na lange discussies zijn we unaniem tot de slotsom gekomen dat de
prijs dit jaar moet worden uitgereikt aan Kifayet Akdag, Saliha
Demirci en Hanimnaz Aktas. Ze voldeden in onze ogen het beste aan
het criterium dat wij voor dit jaar hadden gesteld: individuen of
groepen die zich op een bijzonder wijze hebben ingespannen voor
de integratie van minderheden. Als gezegd is het al treurig genoeg
dat moeders de straat op moeten om voor hun kinderen integratie
af te dwingen. De jury hoopt dan ook met het toekennen van de Rooie
Reus-prijs 2000 aan deze vrouwen en hun actie, tevens een signaal
af te geven aan schoolbesturen en aan politici in het hele land.
Integratie gaat niet vanzelf, en zeker niet als het Turkse, Marokkaanse
of andere buitenlandse kinderen praktisch onmogelijk wordt gemaakt
samen met Nederlandse kinderen op te groeien.
Naar aanleiding van de nominaties van dit jaar, heeft de jury voor
2001 het thema emancipatie gekozen. Emancipatie is net als integratie
voorwaarde voor een samenleving die terdege rekening houdt met individuen
of groepen die aan de lage kant van de wip verkeren. Hoe belangrijk
het is dat zij zelf opkomen voor hun positie, bewijzen de Rooie
Reus-nominaties van vandaag. De Turkse moeders zijn zelf de straat
opgegaan. Nilgün Yerli heeft hoogst persoonlijk het podium
beklommen. En de jury is ervan overtuigd dat ook Bastiaan van Perlo
er alles aan doet om vertegenwoordigers van de eigen groep naar
voren te schuiven. Niet alleen omdat hun openlijke optreden duizendmaal
meer overtuigend is naar de maatschappij of de politiek, maar ook
omdat het zo'n belangrijk signaal is naar de eigen groep. 'Wij zijn
niet zielig, en samen kunnen we veel bereiken!' De jury hoop dan
ook dat de Rooie Reuzen van vandaag een stimulans betekenen voor
de Rooie Reuzen van morgen.
Rest mij, na deze welhaast stichtelijke woorden, u allen te bedanken
voor uw aanwezigheid. Speciale dank behoeft de SP die deze prijs
mogelijk heeft gemaakt en die ook dit jaar Paul Peters aan onze
jury heeft toegevoegd om alle praktische zaken te regelen. Ik kan
u verzekeren dat dat nogal wat werk betekent. Want de jury ging
ook dit jaar niet over één nacht ijs.
Namens de jury van de Rode Reus Prijs 2000,
Frans Moor
Hennie de Vroome
Elma Verheij
Jan Marijnissen
Herman Bode
Zeki Arslan
Stella Braam
Wouter van Dieren
Elske ter Veld
|